natuurlijk avontuurlijk

De geschiedenis van het onderwijs in Ospel

Al 450 jaren geleden was er een school in Nederweert-dorp. In Ospel moeten we hierop wachten tot het begin van de 19e eeuw. In 1829 lezen we dat er in Schans-Kreyel een 'oud gebouw' staat waar Matthijs Schaken onderwijzer is. Deze man is al meer dan zestig jaar oud als hij de kinderen uit de buurt lezen, schrijven, rekenen en enige kennis van de 'Nederduytsche taal' probeert bij te brengen. Hij leidt op de Kreyelerschans een armoedig bestaan. Van het gemeentebestuur ontvangt hij per jaar een salaris van F37,80. De 50 kinderen die op de school les krijgen betalen Schaken 6 stuivers per maand. De armen hoeven dat niet te betalen. Voor leermiddelen krijgt hij F.50 per jaar. Dat bedrag is alleen voor boeken. Voor pennen en inkt moet de onderwijzer zelf zorgen. In het winterseizoen moeten de leerlingen dagelijks een turf mee naar school om het klaslokaal te verwarmen. Gelukkig kan de onderwijzer gratis wonen en ligt er rondom de school een groot stuk land waar hij wat groenten kan verbouwen. Het huis is in een slechte toestand. In een brief aan de gemeente is er zelfs sprake van levensgevaar. De gemeente wil echter alleen zijn huis opknappen als ook het leslokaal een goede opknapbeurt kan krijgen. Helaas is daar geen geld voor, zodat het hele plan niet doorgaat.

In de zomer en in de herfst, als er veel werk is op het veld, worden veel grotere kinderen thuisgehouden, zodat de school zowat half leeg loopt. In 1833 wordt de 71-jarige Matthijs Schaken ontslagen, omdat hij te oud is en gebukt gaat onder de last van zijn jaren. Hij krijgt geen pensioen, geen toelage, zelfs geen eervol ontslag.

Zijn opvolger is de 66-jarige Willem van Eertwegh. Lang heeft zijn loopbaan niet geduurd, want hij blijkt geen bevoegdheid tot lesgeven te bezitten. De volgende onderwijzer te Kreyel is Lodewijk Nouwen. Deze keer is het een jonge leerkracht: 32 jaar. Hij zal ruim twintig jaren de schoolmeesterspost waarnemen. Hoewel het aantal leerlingen toeneemt en de school te klein wordt en steeds bouwvalliger, wordt er niets gedaan aan de herhaalde verzoeken tot verbouw.

In 1857 benoemt het gemeentebestuur Jan Mathijs Caris als het nieuwe schoolhoofd. In het jaar van zijn aanstelling bezoeken 95 kinderen de school. Dat lijkt erg veel op een inwoneraantal van 119 in Kreyel. Maar de leerlingen komen ook van elders: uit de buurtschappen Horik, Klaarstraat, Ospel, Waatskamp, Schansstraat, Hoeven en Eind. In 1857 komt er een nieuwe onderwijswet. Dat betekent dat het salaris van de onderwijzer er flink op vooruit gaat. Hij verdient nu jaarlijks F.300,-. Bovendien zal hij hulp krijgen van een kwekeling (we zouden nu zeggen stagiaire), die F25,- ontvangt.

Eindelijk wordt onder druk van de overheid de Kreyelerschool uitgebreid in 1864. Door het stijgende aantal kinderen (in 1865 al opgelopen tot 183) vraagt Caris om een extra onderwijzer. Caris krijgt in de loop der jaren enkele kwekelingen toegewezen. Daar moet hij het mee doen. In 1870 wordt weer een dringend beroep op de gemeente gedaan om spoedig iets te doen aan de erbarmelijke toestand van het schoolgebouw. Maar alles blijft bij het oude. De school ligt daar nog steeds in het wijde akkerland tussen Budschop, Kreyel, Waatskamp en Eind. Zich een weg banend langs diepe karrensporen en over smalle, bochtige paden lopend gaan de kinderen naar de school. De lessen beginnen 's morgens om half negen en duren tot elf uur. 's Zomers is de middagschooltijd van twee tot vijf, 's winters van half twee tot vier uur. Eenmaal per jaar is er een vakantie van twee weken: in augustus of september. De zondag en de zaterdagmiddag is vrij. Er bestaan geen kleuterscholen. Vijfjarigen moeten worden toegelaten. Ze moeten een bewijs overleggen dat ze een koepokinenting of 'de natuurlijke kinderziekte' hebben gehad. Op de ouders rust de plicht hun kroost 'zindelijk en gereinigd' naar school te sturen. Aan het eind van ieder kwartaal krijgen de ouders een schriftelijk bericht over het gedrag en de vorderingen van de kinderen.

In 1860 wordt er in de gemeenteraad gesproken over een nieuwe school 'westwaarts van het dorp', namelijk in Ospel. De komende jaren zal het raadslid Van den Boom hier steeds om blijven vragen. Dat werpt vruchten af, want in 1881 krijgt hij zijn zin. Op 1 mei van dat jaar wordt de nieuwe school in gebruik genomen. Daags tevoren, om 10.00 uur, zijn de gemeenteraadsleden van Nederweert in vergadering bijeen. In het verslag van deze bijeenkomst staat dat:

"de heer Coumans vermeend dat dit niet stilzwijgend voorbij moet gaan, maar dat er dien dag een feestje voor de schoolkinderen moest plaats hebben, dat deze op krintekooken en bier moesten worden onthaald en dat de gehele gemeenteraad deze installatie moest representeren."

Dat voorstel wordt aangenomen. Jan Mathijs Caris gaat mee naar Ospel en leidt de school nog 12 jaar. De gemeenteraad bemoeit zich veel met het onderwijs. Het is een komen en gaan van onderwijzers. Het jaarsalaris is vaak een groot probleem, omdat de gemeente steeds tracht te bezuinigen (er is blijkbaar niets nieuws onder de zon). Het is heel gewoon, dat een onderwijzer persoonlijk in de raadsvergadering zijn belangen komt verdedigen.

In 1894 wordt Caris opgevolgd door H.H. Verreussel. Dertig jaar lang heeft hij het hoofdschap waargenomen. Hij heeft buiten zijn schoolwerk veel gedaan voor de landbouw in deze streek. Dat de straat achter de voormalige H.Hartschool naar hem vernoemd is heeft hij dik verdiend.

Als in 1901 de leerplichtwet wordt aangenomen en de kinderen verplicht zijn naar school te gaan blijkt de school al gauw te klein. Zij wordt met twee lokalen uitgebreid.
Hermans, die al als onderwijzer werkt op de jongensschool, wordt hoofd in 1924.

team Heilig Hartschool in 1965
Het team van de H.Hartschool in 1965. Van links naar rechts: Dhr. Westerveen, Mevr. Janssen, Dhr. Koppen (hoofd van de school), Mevr. Kursten en Dhr. Jacobs.








In 1937 wordt Th. Koppen hoofd. Tijdens zijn hoofdschap wordt in 1948 de openbare school omgezet in een bijzondere en krijgt de naam 'H.Hartschool'. Hij maakt de moeilijke oorlogsjaren mee. In het archief van onze school heb ik talrijke brieven gevonden, waaruit de invloed van de Duitse bezetter op het onderwijs blijkt. Zo wordt het verboden insignes te dragen die niet door de Duitsers zijn goedgekeurd. In een brief van 19 juni 1942 wordt het de school verboden 'Joodsche schoolfotografen' toe te laten. Ook over niet-politieke zaken krijgt de school brieven van de bezetter. In een brief uit 1943 wordt uitvoerig de baldadigheid van de jeugd beschreven. Op het eind van de brief komt de volgende passage voor:

"Voorts dient U (= dhr. Koppen) de jongens er op te wijzen, dat zij voor het doen en laten van hun behoeften gebruik moeten maken van de toiletten der school. Het komt nl. zeer veel voor, dat de jongens direct na schooltijd hun (kleine) behoeften langs de openbare weg doen."

In 1939 wordt de oude school afgebroken en komt er een nieuw gebouw. Door de stijging van het aantal leerlingen wordt op de zolder een noodlokaal ingericht. Dat blijft in gebruik tot 1953 als de nieuwe school aan de Moostdijk begint en een aantal leerlingen overneemt.

In 1969 wordt J. Jacobs tot hoofd van de school benoemd. Bijna een kwart eeuw zal hij de school leiden. In deze periode zal het onderwijs steeds meer veranderen. De eerste prille pogingen om het onderwijs aan te passen aan de veranderde maatschappelijke omstandigheden doen hun intrede. Vooral het projectonderwijs neemt een hoge vlucht. In 1985 worden de kleuter- en lagere scholen gefuseerd tot basisscholen. De kleuterpopulatie wordt gesplist en verdeeld over de Annaschool en de H.Hartschool. De Annaschool neemt de kleuters op binnen haar muren. De voormalige kleuterschool wordt verbouwd om de leerlingen van de H.Hartschool te kunnen opnemen. In 1987 verhuist de H.Hartschool naar het Aerthijsplein. Niet lang daarna wist de slopershamer alle sporen uit van de H.Hartschool.

Ondanks de pas opgerichte basisscholen blijft de behoefte leven om in Ospel beide scholen te fuseren. Op 1 september 1993 gaan de H.Hartschool en de Annaschool over in 'basisschool De Schrank'. Directeur van deze school wordt H. Martens.

Het ontstaan van de meisjesschool is te danken een initiatief van de parochie. Met medewerking van de parochianen en het bisdom lukt het in 1909 met de bouw van een school voor meisjes en een klooster te beginnen. Een jaar later is de bouw zover gevorderd dat acht zusters het klooster kunnen betrekken. Niet lang daarna is de drie-klassige school gereed. Dat zijn de gebouwen die (nog) aan de kant van de molen liggen. Op 1 juli 1910 wordt met de school begonnen. Ze krijgt de naam St. Annaschool. Er zijn 122 leerlingen, met aan het hoofd zuster Theresia. Het aantal leerlingen stijgt sterk: in 1916 wordt de vierde en in 1924 de vijfde leerkracht benoemd. Vele zusters hebben korte of langere tijd de school geleid. In 1959 vertrekken de zusters en wordt M. Bijlmakers tot hoofd van de school benoemd.

Tegelijkertijd met de bouw van de meisjesschool ontstaat er ook een bewaarschool. (voorloper van de kleuterschool). In die tijd wordt het kleuteronderwijs nog niet door het rijk gesubsidieerd. Uit schoolgelden van de ouders en een bijdrage van de gemeente moeten de nodige middelen verschaft worden. De bewaarschool wordt ook geleid door de zusters. In 1956 treedt de wet op het kleuteronderwijs in werking, waardoor de kleuterscholen door het rijk worden gesubsidieerd. Zo komt er ook de mogelijkheid om een nieuwe kleuterschool te bouwen. Op 8 september 1958 wordt het nieuwe gebouw officieel in gebruik genomen. Na het vertrek van de zusters wordt J. Brinkmans tot hoofdleidster benoemd.

Tussen het ontstaan van de school op de Kreyelerschans en de huidige basisschool liggen bijna twee eeuwen. In die tijd is het onderwijs veel veranderd. De leraar aan het begin van deze periode overzag vanachter zijn hoge lessenaar de overvolle klas, geformeerd in strakke rijen. Hij gaf strikt klassikaal onderwijs. Het gereedschap bestond uit griffel en lei, enkele wandplaten en de onvermijdelijke leesplank. Het hoofd van de school bepaalde de gang van zaken.

De moderne leerkracht is een persoonlijke begeleider. Hij houdt rekening met de verschillen tussen de kinderen. Het klassikale onderwijs heeft plaatsgemaakt voor individueel werken in eigen tempo, samenwerken in groepjes en werken aan projecten. De computer wordt steeds meer het venster op de buitenwereld. Maar wt er ook gebeurde, het hart van het vak is hetzelfde gebleven omdat ook het kind hetzelfde is gebleven.